Passende zorg vereist een nieuwe denkwijze

De term ‘passende zorg’ wordt veelvuldig gebruikt en vaak in verband gebracht met begrippen zoals ‘de juiste zorg op de juiste plek’, toekomstbestendige zorg en waardegedreven zorg. Maar wat houdt passende zorg daadwerkelijk in en wat betekent dit voor zorgprofessionals?

Toegevoegde waarde in de zorg

Volgens hoogleraar waardegedreven zorg Paul van der Nat zijn er talloze termen die verwijzen naar verschillende ontwikkelingen binnen de zorgsector. Hoewel ze inhoudelijk goed op elkaar aansluiten, maakt de overvloed aan begrippen het moeilijk om overzicht te behouden.

Van der Nat vat passende zorg kernachtig samen als ‘zorg die gebaseerd is op bewuste keuzes, daadwerkelijke waarde toevoegt voor de patiënt en bijdraagt aan het optimaal benutten van schaarse middelen, personeel en hulpbronnen’.

Een nieuwe manier van denken

De beweging naar passende zorg raakt iedereen binnen de zorgsector. Het gaat bijvoorbeeld om samen beslissen met de patiënt, het kritisch afwegen van ingrepen zoals operaties na een heupfractuur of chemotherapie, het stimuleren van zelfredzaamheid en het vaker inzetten van technologische hulpmiddelen.

Zorg in de wijk: ondersteunen in plaats van overnemen

Wijkverpleegkundige en verpleegkundig adviseur Shanice van Olst ervaart deze verandering dagelijks. Binnen Icare adviseert zij over toekomstbestendige zorg.

Al vroeg in haar carrière maakte Van Olst kennis met het concept passende zorg, destijds vooral gericht op efficiënte inzet van hulpmiddelen. Inmiddels heeft het een bredere betekenis gekregen, waarbij de nadruk ligt op eigen regie en zelfredzaamheid van cliënten. Zorg wordt enkel verleend wanneer het echt nodig is. ‘We nemen de zorg niet over, maar ondersteunen waar nodig.’

Bewustwording bij collega’s en cliënten

Samen met haar collega’s draagt Van Olst bij aan het beleid rondom de inzet van technologie, hulpmiddelen en samenwerkingen met vrijwilligers en andere disciplines. ‘Ontwikkelingen zoals beeldzorg en de Medido zijn een grote vooruitgang, omdat ze veel tijd besparen en cliënten helpen zelfstandiger te blijven.’

Uitdagende gesprekken

Volgens Van Olst zijn cliënten tegenwoordig mondiger. Waar eerder vooral vertrouwen werd gesteld in de zorgverlener, zijn patiënten nu vaak al geïnformeerd via internet en willen ze meepraten over beslissingen.

Toch is het niet altijd eenvoudig om cliënten duidelijk te maken dat zorg niet altijd de beste oplossing is. Soms moeten zorgverleners uitleggen dat middelen elders dringender nodig zijn. Dit kan leiden tot lastige gesprekken. ‘Omdat ik minder direct betrokken ben bij de dagelijkse zorg van cliënten, kan ik deze gesprekken vaak makkelijker voeren. Daarnaast krijgen we nu trainingen om beter om te gaan met dit soort situaties.’

Duidelijke communicatie is essentieel

‘Bij moeilijke gesprekken probeer ik eerst te achterhalen waar de weerstand ligt,’ vertelt Van Olst. ‘Achter een verzoek om tweemaal daags steunkousen aan te trekken, schuilt vaak een gevoel van eenzaamheid. In zulke gevallen zoeken we samen met welzijnsorganisaties naar een passende oplossing.’

Ook de overgang van Zvw-zorg naar Wlz-zorg kan weerstand oproepen. ‘Ik ben vanaf het begin transparant over wat wij als zorgverleners wel en niet kunnen bieden. Dit voorkomt misverstanden en onnodige discussies.’

Bron: Nursing

Originele auteur: Edith Tulp

Deel dit bericht:
Scroll naar boven